Column: Mentorkindjes

Eerder (2012) gepubliceerd in ‘Omologie’

Ze kijkt een beetje verschrikt om zich heen en ziet de anderen nog net de deur uit lopen. ‘Nou’, klinkt het een beetje haastig, ‘dan zie ik u bij de diploma-uitreiking. Bedankt voor alles.’ Ik krijg nog een aarzelende hand, en een lieve lach, en ze is verdwenen. 23 lege champagneglazen staan op de balie. 23 gelukkige mentorleerlingen, en één mentor die alleen achter blijft, en die niet weet hoe hij zich moet voelen. Ik voel me nu vooral erg moe.

‘We staan hier geen sperzieboontjes in te blikken! We werken met levend materiaal’, beweert een collega van me regelmatig. En het is ontegenzeggelijk de waarheid. Drie jaar heb ik deze leerlingen als mentor mogen begeleiden. Velen heb ik zelfs vier of vijf jaar in de klas gehad, als vakdocent. Nèt brugklas af en druk aan het puberen toen ze bij mij in de banken kwamen zitten. En nu uitgegroeid tot leuke, zelfbewuste en getalenteerde jongvolwassenen. ‘Meneer, u komt toch zeker ook naar de barbecue, volgende week?’
Hoe blij en opgelucht ik ook ben voor mijn geslaagde mentorkindjes, niet iedereen heeft het dit jaar gehaald. Dat betekende eerder op de dag dompers tijdens de proclamatie, en een paar hele korte, maar zware telefoongesprekjes. Leerlingen die je vervolgens op school opvangt. Verslagen, of nog zwevend tussen hoop en vrees. Ik zag het vooraf niet aankomen, maar zo’n dag is een emotionele achtbaan van proporties en gaat je zeker niet in de koude kleren zitten.
Natuurlijk kom ik naar de barbecue! Maar eerst haal ik 23 wenskaartjes. En schrijf ik 23 persoonlijke felicitatie. 23 onzichtbare draadjes die ik doorknip. Deze jonge mensen hebben hun mentor echt niet meer nodig bij de volgende, grote, stap in hun leven. En voor mij begint over twee maanden ‘gewoon’ weer een nieuw schooljaar, met nieuwe mentorleerlingen. We staan hier immers geen boontjes in te blikken…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *