Aan de Riva di Chiaia

Het uitzicht is niet het sterkst punt van deze bar. Goed, het ligt aan zee, maar tussen terras en basaltstenen ligt een brede baan gloeiend heet asfalt. Auto’s rijden er vandaag niet. Het gemeentebestuur heeft besloten om op deze nationale feestdag de hele boulevard af te sluiten voor verkeer. Maar voetgangers zijn er ook niet, op dit kruispunt tussen middag en lome namiddag. De paar aanwezige mensen lijken nergens vandaan gekomen te zijn, en geen bestemming te hebben. Op de hoekige basaltstenen ligt een eenzame zonaanbidder. Al met al geen toeristische topomgeving, maar de hitte heeft me uitgeput, en ik ga aan een tafeltje zitten, met de rug naar de loden zee.

Tussen de lege stoelen en tafeltjes rent een jongetje. Een jaar of drie oud, met een roomijsje in zijn vuistje geklemd. Hij verdeelt zijn aandacht tussen het ijsje en de uitpuilende vuilnisbak naast de ingang van de bar. Zwermen vliegen begeleiden hem op zijn ontdekkingstocht. Zijn gedrag valt me op, past niet in het standaard beeld van een gezonde peuter. Loopt hij achter in ontwikkeling, of is dit niets meer dan een cultuurverschil? Het glas op mijn tafel is gelukkig wel schoon. De koele drank voelt als een verademing.

Even verderop, centraal op het terrasje, zit de babysit, een blozend meisje. Een jonge vrouw bijna. In deze buurt wordt je sneller volwassen. Iets in haar fascineert me. Het is haar gezicht, wel voorbij het kinderlijke, maar nog dromerig en zacht volmaakt. Met haar hoofd leunend op haar onderarmen staart ze in de verte, haar gedachten mijlenver verwijderd van deze plek. Een vleesgeworden Renoir model, bedenk ik me. Daar, midden op het terras, detoneert ze met haar omgeving. Zou het haar iets zeggen, Renoir? De jongeman naast haar zeker niet. Ongeveer even oud, graatmager en gehuld in een flodderige joggingbroek en verwassen wit hemd hangt hij in zijn stoel. Ze horen duidelijk bij elkaar, alhoewel elk de afgelopen minuten totaal geen enkele aandacht voor de ander heeft getoond.

Dan beweegt de jongen naar haar toe. Hij fluistert iets, zij graait in haar tasje, en het volgende moment heeft hij briefgeld in zijn hand. Het door hem gebruikte dialect lijkt onverstaanbaar. Maar het mannetje dat eraan komt schuifelen heeft het perfect begrepen. Een pakje sigaretten voor meneer. De aansteker volgt, uit haar tasje. Doordat ze rechtop is gaan zitten en zich wat heeft gedraaid is haar stevige postuur zichtbaar geworden. Traag kringelt de rook langs haar neus omhoog.

‘Mama, mama!’. Daar komt de peuter aanrennen, gesmolten ijs loopt over zijn handje heen. Een stralende glimlach breekt door op het gezicht van het meisje en ze vangt hem op in haar armen. Liefdevol neemt ze, met haar vrije hand, het ijsje over en begint ze de halfgesmolten ijsrand terug in vorm te likken. De vader heeft intussen weer zijn apathische houding aangenomen. Uit haar tasje tovert ze een zakdoek, en probeert ze haar zoontje schoon te poetsen, ondertussen lieve woordjes prevelend. De ober komt met een glaasje water, en aait het ventje over z’n bol.

Aan de muur van de slaapkamer van mijn oma hing altijd een schilderijtje van een meisje. Rond lijstje, grote traan op haar wang. Niks Renoir, maar zielige zigeuner-kitsch. Het glas plakt aan de tafel vast wanneer ik weer een slok wil nemen. Tijd om te gaan, besluit ik impulsief. Ik betaal de rekening en sta enkele ogenblikken later weer op straat. Het is heet. Er is geen zuchtje zeewind. Naar links of naar rechts? Het gaat nog uren duren voordat het weer een beetje koeler wordt in deze stad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *