Column: Het onderwijsdilemma

Voor 15 maart is een landelijke staking afgekondigd. Om, nogmaals, aandacht te vragen voor een aantal grote knelpunten in het huidige onderwijs. Of een baan in het onderwijs zwaarder is, of minder zwaar, dan in andere sectoren is een vraag die, volgens mij, nooit te beantwoorden is. Feit is dat er sprake is van een specifiek onderwijsdilemma, waarbij drie aandachtspunten, werk (school), ambitie en gezondheid, voor velen onverenigbaar blijken te zijn.

Een baan voor de klas is de laatste decennia geëvolueerd. Administratieve taken zijn toegenomen, en parallel daaraan is het gevoel van eigenaarschap afgenomen. Deze combinatie van factoren heeft geleid tot een, door de leraar ervaren, toegenomen werkdruk. Gelukkig werken er nog steeds veel ambitieuze mensen in het onderwijs. Mensen die het beste willen halen uit het kind. Mensen die niet vast willen roesten, die zich willen blijven ontwikkelen. Mensen met ambitie en die uitdagingen zien in het werken met kinderen. De derde poot, gezondheid, beslaat zowel de fysieke als de mentale gezondheid, waaronder ook een gezond gezinsleven en het onderhouden van gezonde relaties vallen.

Je ambities nastreven en tegelijkertijd optimaal functioneren als leraar voor de klas blijkt voor velen geen sinecure te zijn. Enerzijds omdat ambitieuze leraren ook vaak excellent onderwijs willen verzorgen. De praktijksituatie is dat de bezoldiging is afgestemd op adequaat onderwijs, van voldoende niveau. Wil je, als leraar, streven naar excellent onderwijs, dan vereist dit vaak een flinke persoonlijke investering. Anderzijds biedt een baan voor de klas maar beperkte ruimte om persoonlijke ambities na te streven. Praktisch gevolg is dat leraren, en dan vooral de ambitieuze types, zichzelf voorbij rennen en uiteindelijk afhaken.  Zie de, al jaren stabiel hoge, ziektepercentages binnen het onderwijs.

Wil je je gezondheid bewaken, dan kun je afstand doen van je ambities en je schikken in de rol van ‘onderwijsuitvoerder’. Velen zullen zich prima kunnen vinden in deze rol, maar het onderwijs als geheel levert er flink op in. Excellentie en vernieuwing worden immers gevoed door gemotiveerde werknemers, vanuit een persoonlijke drive. Daarnaast zal het beeld van de leraar als ‘procesbewaker’ een negatieve uitstraling hebben op de mensen die een carrière in het onderwijs overwegen.

Wil je zowel je persoonlijke ambities nastreven én je gezondheid bewaken, dan kan dat een druk leggen op je functioneren binnen de schoolorganisatie. Uiteindelijk zou je zelfs tot de conclusie kunnen komen dat het onderwijs niet de juiste omgeving voor je is.

Hoge ziektepercentages, een lage waardering van het beroep en een hoge uitstroom van personeel zijn drie grote knelpunten van ons hedendaagse onderwijs. Iedereen die werkzaam is (of is geweest) in het onderwijs kent te veel voorbeelden van collega’s met een burn-out, collega’s die uitgeblust en initiatiefloos zijn geworden en oud-collega’s die inmiddels hun carrière ergens anders hebben voortgezet. En ze komt voort uit één en hetzelfde dilemma: het is heel moeilijk om ambities, gezondheid en werk op elkaar af te stemmen, en de leraar bevindt zich té vaak in de situatie dat er een keuze gemaakt moet worden. Een keuze die altijd een negatief resultaat heeft. Maar bevindt het onderwijs zich nu in een doodlopende straat? Of zijn er voorstellen te formuleren waarmee dit dilemma aangepakt kan worden? Ik denk van wel:

  1. Geef de leraar weer meer eigenaarschap over het eigen functioneren, breng autonomie terug in de handen van de onderwijsprofessional en leg meer verantwoordelijkheid neer bij de beroepsgroep. Stem de verwachtingen die, vanuit de maatschappij, worden uitgesproken richting het onderwijs in overeenstemming met de investeringen die vanuit dezelfde maatschappij gedaan worden. Waardoor het behalen van hoge ambities ook reëler gaat worden. Werkdruk wordt niet zozeer veroorzaakt door de hoeveelheid werk, maar de aard ervan, en de bijbehorende negatieve energie die het kan vrijmaken.
  2. Zorg voor mogelijkheden om persoonlijke ambities beter te combineren met de taken op school. Bevorder de diversiteit in de taken binnen een schoolorganisatie. Bied ambitieuze werknemers meer opties dan slechts en alleen de groei richting een managementfunctie. Koester ook de ‘paradijsvogels’, de ‘out of the box’ denkers en de werknemers die hun (parttime) baan in het onderwijs combineren met verrijkende activiteiten buiten het schoolgebouw.
  3. Verken de mogelijkheden om een volle baan in het onderwijs niet automatisch te koppelen aan een aanwezigheidsverplichting van vijf dagen in de week. Onderzoek de mogelijkheden rondom flexibele jaaragenda’s. Met minder ‘vaste’ vakanties, maar wél meer flexibel op te nemen ATV dagen. Geef nóg meer steun en aandacht aan de starters zodat men tijd krijgt om te groeien.

En laten we vooral blijven uitstralen dat het beroep van leraar nog steeds één van de mooiste beroepen ter wereld is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *